Nieuwsbrief



Het oude gemeentehuis  Hoofdkern Boxmeer

Om met de hoofdkern Boxmeer te beginnen. Daar vinden we het Kasteel met enkele oude hofsteden zoals de Wijer (Weijer), de Althof, de Bakelgèrt, het Luinveen (Lunneven) en het Leuken. Het paleisje (dat in de volksmond Het Kasteel heet) kent een bewogen geschiedenis. De naam verwijst naar een versterkte vesting (castellum), mogelijk al in vroeg-Romeinse tijd gebouwd op een - door mensenhand opgehoogde - zandwal aan een oude meander van de Maas.Het Kasteel kent een bewogen geschiedenis. De eerste bekende belegering vond plaats in 1284; toen werd het Boc-Huijs door Dordrecht (en Floris van Holland) ingenomen en geheel verwoest. Vele belegeringen en verwoestingen zullen volgen. De Spaanse veldheer Alva liet in 1572 de oude burcht afbreken maar al in 1579 liet graaf Willem IV de ruïne opnieuw uitbouwen tot een prachtig klein waterkasteel.

Maar in 1783 was het gedaan. In opdracht van gravin/vortin Johanna werden de verwaarloosde restanten van het oude kasteel (en de herinnering aan haar broer Johan Baptist die zij valselijk liet opsluiten) gesloopt. Op een deel van de oude fundamenten en op de gedempte grachten werd een paleisje gebouwd in Franse Louis XV-stijl. Helaas verzakte de nieuwbouw als snel en het middenstuk en de westelijke vleugel werden in 1806 afgebroken. In de kelder van de overgebleven oostelijke paleisvleugel bevindt zich het Kasteelmuseum. Daar wordt op verrassende wijze de historie van Het Kasteel, zijn voormalige adellijke en zijn huidige religieuze bewoners (de Zusters van Julie Postel) belicht. De toegang tot het paleis was tot 1877 aan de noordzijde (in het verlengde van de Romeinse heerstraat) over een dijklichaam met twee ophaalbruggen. Aan het begin van de in 1877 aangelegde oprijlaan naar Het Kasteel staat de Nepomukkapel, genoemd naar de Tsjechische heilige Johannes Nepomuk die als beschermer tegen de gevaren van het water (en brugheilige) wordt gezien. De kapel dateert uit 1737 en is gebouwd met fondsen van het grafelijk huis op een door graaf Frans Willem van den Bergh Hohenzollern Sigmaringen geschonken grondstuk. In de kapel bevindt zich een altaar in zuid-duitse barok (met engelen uit de oude Petruskerk) met een schilderij uit 1926 waarop de verdrinkingsdood van Johannes Nepomuk staat afgebeeld.

N.H. kerk, die in 1822 werd gebouwd met gelden die door Koning Willem I werden geschonken. Voorheen stond hier een oude herberg, genaamd Den Engel. Dichtbij, op het  Zand, vindt u ondermeer het zogeheten Zandhuis en Huize Placida, alsmede een rustaltaar van de H. Bloedprocessie en een mooi kruisbeeld uit de achttiende eeuw.

Het Karmelietenklooster midden in Boxmeer werd tussen 1653 en 1709 gebouwd. Het bestaat uit vier vleugels die een pandgang omsluiten. In deze gang zijn achttien prachtige glas-in-lood ramen uit de zeventiende eeuw (met ontwerpen van o.a. Abraham van Diepenbeek) te bewonderen. In de refter/kapittelzaal hangen 6 levensgrote doeken (uit het kasteel afkomstig), met hierop in olieverf drie generaties graven en gravinnen van het Huis Bergh. De Latijnse School - een voorwaarde voor bisschop Andreas Creusen bij de stichting van het klooster en dus al gestart in 1653/54 - kreeg pas in 1707 een eigen gebouw dat aan de zuid-zijde van het klooster werd gebouwd. Aan de noord-zijde van het hoofdgebouw verbindt een boog uit 1653 met het alliantiewapen van Albert, graaf van den Bergh en Madeleine, gravin de Cusance, het klooster met de kerk.

We noemden al de kerk, de St. Petruskerk (sedert 2000 de St. Petrusbasiliek). De originele bouw, die helaas in 1944 verloren ging, was opgetrokken uit zogeheten maaskeien en broekstenen  en dateerde van rond de 12e/13e eeuw. Een eerste kerkje - met Sinte Peter als patroon - stond hier waarschijnlijk reeds in de 4e eeuw en was daarom dan ook de moederkerk van de kerken te Oelbroeck (Sint Anthonis), Ledeacker, Wanroij, St. Hubert en Mill. Achterin de nieuwe kerk, in de jaren vijftig herbouwd, staat een prachtig eikenhouten oksaal oftewel zangzolder (1634) en een marmeren graftombe uit 1741. Onder de kerk bevindt zich de crypte, waar rond 1400 het Bloedwonder zou hebben plaatsgevonden. Sinds die tijd is Boxmeer een bedevaartplaats. Elk jaar trekt twee weken na Pinksteren de een (vaart-)processie door de straten van Boxmeer. Diep in de Boxmeerse traditie geworteld zijn de Metworstrennen, een uniek overgebleven vruchtbaarheidsritueel uit Germaanse tijden. De oudste geschreven acte, waarin de Belaste Hoeve in Vortum een belangrijke rol is toebedeeld, dateert van 1739. De Metworstrennen worden elk jaar op carnavalsmaandag gehouden op het Vortumsveld tussen Sambeek en Vortum-Mullem. In Boxmeer geboren en getogen vrijgezellen, lid van de "Instelling der Tijdelijck Jonggesellen van Boxmeer", strijden op paarden om de felbegeerde titel van Koning van de Metworst.